Ode aan de verbeelding
december 20, 2011 Geef een reactie
Lieve verbeelding,
Bedankt he.
Hagelbuks
november 3, 2011 1 reactie
Toen ik gisterochtend het stationsgebouw van Nijmegen inliep, zag ik een enorme neus. Hij was van plastic. De neus was op het hoofd van een jongen gebonden. Om hem heen stonden meisjes. Ze deelden pakjes zakdoeken uit, als reclamestunt.
Ik zag het tafereel en schoot in de lach. Vooral vanwege de ultieme lulligheid. De slungelige knaap met de reuzeneus. Ik zag hem in mijn verbeelding oefenen voor de spiegel. Moeder kijkt op de achtergrond toe, en geeft aanwijzingen. ‘Ja, nu ben je een overtuigende neus.’ En dan ‘s ochtends met de bus mee. Je hoofd overal aan stoten. En je kon zo goed leren. De gesjeesde marketingman die het had bedacht, een enorme neus op een hoofd, vond het vast enorm beeldend. Dat was het inderdaad, zij het op tragische wijze.
Grinnikend liep ik langs de neus. Die maakte een hulpeloos gebaar. ‘Zie je wel’, zei een van de meisjes enthousiast. ‘De mensen moeten lachen. Ze vinden het leuk.’
november 2, 2011 1 reactie
De kracht van voetbal is overal, wat de haters ook zeggen. Over stom hollen achter een knikker aan. Over rellen en geweld. Over tokkies die elkaar de kinkhoest wensen. Over de varkensstallen die stadions zouden zijn.
Een persoonlijke anekdote. Ik verhuisde enkele jaren geleden en ging pal naast een moskee wonen. Op een van de eerste avonden werd er aangebeld. Voor mij stond een bevende man. Veel ouder dan ik. Het was de eerste keer dat iemand doodnerveus was voor een gesprek met mij, een aparte ervaring.
De man vertelde in gebrekkig Nederlands dat hij de imam was. En hulp nodig had met zijn inburgeringcursus. Hij moest een gesprek met zijn buren voeren en vroeg of ik dat wilde doen. Maar natuurlijk, zei ik, maar dan wel in de moskee. Zie ik die ook eens, als geboren stamppoteter.
Op een avond ging ik erheen. De imam was weer erg nerveus. Het gesprek ging via een vragenlijstje. Ik stelde een vraag, hij probeerde in het Nederlands te antwoorden en stelde soms een wedervraag. Een rare manier van een gesprek voeren, met zo’n blaadje voor je. Ik las op: ‘Wat is je hobby?’ Zijn ogen lichtten op: ‘Voetbal’, zei de man.
‘Ik hou ook van voetbal’, zei ik. En de zenuwen waren weg. Hij bleek voor Fenerbahçe. Hij praatte over zijn passie. Ik over De Graafschap, mijn klupje. Het gesprek ging niet diep, vanwege zijn matige Nederlands, maar we begrepen elkaar. Het vragenlijstje waren we vergeten.
Die oplichtende ogen. Die ontmoeting van twee werelden, die zich verenigen rond een knikker. Voetbal is universeel. Laat het daar nu eens over gaan, als er weer aan het ‘maatschappelijk belang’ van het spelletje wordt getwijfeld. Voetbal is kunst, cultuur en passie, in een hoge vorm.
We komen elkaar nog wel eens tegen op straat, de imam en ik. Onlangs nog. Hij was verdrietig omdat zijn club was verwikkeld in een omkoopschandaal. Terwijl politici elkaar weer eens in de haren vlogen over het ‘gevaar van de islam’, troostte ik hem.
september 15, 2011 1 reactie
Bij het woord loterij denk ik allereerst aan schreeuwende enveloppen op de deurmat. Aan de plastieken harses van Caroline Tensen. Aan ‘unieke kansen’ op ‘miljoenen’. Of ik denk aan Gaston, die schreeuwerd met zijn hoofd zo glad dat hij er elke dag mee door een wasstraat loopt. Die lul die dan hele Vinexwijken in de euro’s komt steken. Groot geld, dito geweld.
En toch bestaat-ie nog: de ouderwetse voetballoterij. Bij oefenduels van amateurs tegen profclubs kom je ze nog tegen. Een krakende stem verkondigt dan in dialect dat lotnummer 421 de gelukkige winnaar is van een barbecuepakket, aangeboden door Slagerij Plakworst. Een voorwaarde aan een goede voetballoterij is dat de prijs altijd iets lulligs heeft. Winnaar Jan Bert Hilferink gaat tevreden op de foto met zijn barbecuepakket, terwijl op de achtergrond de herfstwolken komen aanrollen. Nog mooier is het als de prijs goedkoper is dan dat de loten kosten. Voor tien euro lootjes inslaan en dan met je sticker pronken, van 20 cent de stuk.
Zelf was ik afgelopen seizoen onderdeel van zo’n heerlijke voetballoterij. We moesten met ons bierteam naar Dodewaard, om te spelen tegen het vierde. De kerncentrale daar werkt allang niet meer, maar er wordt nog wel gevoetbald. Na de wedstrijd verzamelden we in de kantine. Die voldeed in alles aan de eisen. Net iets te klein. Een oude blonde vrouw met verlopen permanent achter de toog. Die onmiskenbare geur, die mix van douchegel, schraal bier en zweet. Er hingen borden, waarop de competitiestanden van de clubelftallen stonden. Ze waren beschreven met viltstift.
En opeens was er een loterij. De blonde dame van de bar deelde ze uit, de lootjes. Er was een rad, ook al beschreven met stift. Daar stond een klein kereltje bij, dat er aan draaide. Hij bepaalde de kleur. De ceremoniemeester het nummer. Opeens was de hele kantine bevangen. De derde prijs was een blok kaas, de tweede een stuk worst. Ik heb nog nooit iemand zo blij zien zijn met een blok kaas. De blonde vrouw nam er een mes bij mee, zodat het was te snijden.
Ons team won de hoofdprijs, een ham- en kaasplankje. We schreeuwden het uit. De kantine klapte. Wij, de vreemdelingen, waren geaccepteerd. Omdat we meededen. Terwijl ergens in Nederland gladsmoel Gaston een complete Vinexwijk van een nieuw wagenpark voorzag, ervoeren wij het ultieme geluk. Dat van de echte voetballoterij.
augustus 4, 2011 2 reacties
Dit blog zal over van alles gaan, maar niet over mijn vaderschap. Het hebben van kinderen is iets voor ouders. Stay tuned.